Hoe werkt een GIS?

De meeste informatie die we hebben over de wereld is locatie gebonden, met andere woorden, het is verbonden met een plek op de wereldbol.

De kracht van een GIS is de mogelijkheid om verschillende informatiebronnen op grond van locatie te analyseren. In het volgende voorbeeld over neerslag wordt dat duidelijk gemaakt.
Als gegevens over neerslag verzameld worden, is het belangrijk te weten waar de regenval plaats heeft gevonden. Dit kan alleen gedaan worden op basis van een locatie referentie systeem zoals lengte- en breedtegraden en eventueel ook hoogte. Door deze neerslaggegevens te vergelijken met andere informatie, zoals de aanwezigheid van sloten, kan aangetoond worden dat sommige sloten erg weinig water ontvangen en anderen teveel. Dat kan zorgen voor wateroverlast. Menselijk ingrijpen kan noodzakelijk blijken.
Een GIS kan daarom belangrijke informatie verschaffen voor het nemen van beslissingen.

Verschillende soorten kaarten kunnen in een GIS gestopt worden en met elkaar vergeleken worden. Deze kaarten hebben doorgaans verschillende bronnen (satellieten, luchtfoto’s, verkiezingsuitslagen, etc).

De kaarten 1a tm 1f tonen allen hetzelfde stukje aarde. Door deze kaarten te combineren en te analyseren kan een nieuwe kaart gemaakt worden met bijvoorbeeld de geologie (figuur 2).

 

figure1a

Kaart 1a. digitale lijnenkaart (vectoren) van de wegen

figure1b

Kaart 1b. digitale lijnenkaart (vectoren) van rivieren

figure1c

Kaart 1c. hoogtelijnen

figure1d

Kaart 1d. digitaal hoogtemodel

figure1e

Kaart 1e. topografische kaart

figure1f

Kaart 1f. satelietbeeld

figure2

Figuur 2. geologische kaart

 

verder